Echte autotechniek ruikt naar olie.
Accu’s versus motoren, elektrotechniek versus mechaniek; het heeft er alle schijn van dat de jeugd zijn handen niet meer vies hoeft te maken in het on- derhouden van de moderne auto. Logisch dus dat er ook een verschuiving is in interesse en lesstof voor de volgende generatie automonteurs. Of toch niet?

Van stage naar vaste waarde.
Matthijs is 21 jaar jong en kwam vier jaar geleden via zijn stage bij Prins terecht. Hij bleef hangen en kreeg ongeveer anderhalf jaar geleden een vaste baan aangeboden. Als geboren en getogen Nunspeter voelt werken bij Prins voor hem als een thuiswedstrijd. Maar ook het bedrijf zelf voelde direct als thuiskomen. “De uitstraling, het type auto’s, de mensen; het sprak me vanaf dag één enorm aan. En dat gevoel is niet meer weggegaan.”
Een monteur die graag vies wordt.
Matthijs is inmiddels afgestudeerd technisch specialist automonteur niveau 4. Tijdens zijn opleiding zag hij het dagelijks gebeuren. Het uitlezen van motormanagement kreeg steeds meer aandacht terwijl het echte sleutelen naar de achtergrond verdween. Tot zijn grote teleurstelling. Matthijs is namelijk één van de weinigen van de nieuwe generatie die nog graag met zijn handen werkt. Klassiekers spelen daarin een hoofdrol.

Pure kunst op wielen.
Voor Matthijs is klassieke techniek meer dan alleen techniek. “De manier waarop de verschillende mechanische onderdelen met elkaar samenwerken zie ik als pure kunst. Niet computergestuurde auto’s, maar klassiekers hebben de toekomst. Omdat deze techniek nooit helemaal verdwijnt en de kennisoverdracht daarom des te belangrijker is. We moeten het oude koesteren, want dat is waar nog echte emotie in zit!”
De uitdaging van behoud.
Het werken aan klassieke auto’s ziet hij als een persoonlijke missie. “Ik zie het als een uitdaging om de kunst van oude techniek op de weg te houden.”
Bertone boven batterij.
Een klassieke Alfa Romeo Bertone is zijn absolute droomauto. Voor Matthijs klopt dat technisch en gevoelsmatig veel beter dan een moderne auto op accu’s. “Als je de mechanische componenten goed bestudeert zie je dat het allemaal heel begrijpelijk in elkaar steekt. Wat is er logisch aan eentjes en nulletjes uitlezen van een auto? Dat is mij veel te abstract.”
Met de paplepel ingegoten.
De liefde voor klassiekers zit diep geworteld. De appel valt niet ver van de boom. “Mijn vader bezat diverse BMW Classics, waarna ik zelf op een gegeven moment ook thuis ben gaan sleutelen aan een E30. Dat was bij Prins wel even schakelen, omdat Italiaanse techniek toch net ff anders werkt dan Duitse. Maar dat vind ik juist het leuke aan mijn vak. Klussen aan auto’s zoals een Maserati Sebring beschouw ik als uniek. Zo’n kans krijg ik misschien nooit weer."
En het Alfa virus? "Daar ben ik ook zeker door besmet. Als ik ooit nog eens een betaalbare Bertone op de kop kan tikken, dan doe ik ’t meteen!”